Arbeidsrecht

Arbeidsrecht/ Ontslagkwesties, billijke vergoeding, een update.

By april 14, 2017 No Comments

Sinds de invoering van de WWZ (Wet Werk en Zekerheid) is de werkgever bij ontslag van de werknemer aan hem of haar doorgaans een transitievergoeding verschuldigd (7:673 BW).  Het mag bekend worden verondersteld dat dit voor de ontslagen werknemer een aanzienlijke verslechtering inhield ten opzichte van de oude situatie waarin de ontslagvergoeding werd berekend volgens de kantonrechtersformule. De verwachting dat het zo’n vaart niet zou lopen en de rechter op verzoek van de werknemer gebruik zou maken om daarvan af te wijken (o.a. 7:671b lid 8 onderdeel c en 681 e.v. BW) en aan de werknemer een nader door hem te bepalen billijke vergoeding toe te kennen lijkt intussen te zijn uitgekomen. Werkgevers en hun advocaten lijken hierop bij voorgenomen ontslagen  te anticiperen. Het beste advies aan de werknemer is dan ook meestal om in zo’n situatie de poot stijf te houden.

Uit recent onderzoek onder kantonrechters is onder andere gebleken dat het totaal aantal ontbindingsverzoeken (door werkgevers) nog steeds daalt.

Tevens blijkt dat het aantal afgewezen ontbindingsverzoeken sinds de invoering van de WWZ is verviervoudigd (thans wordt 38% daarvan afgewezen!). De meest aangevoerde grond bij ontbindingsverzoeken door de werkgever is een vermeend disfunctioneren van de werkgever welke grond echter  in slechts 16% van de gevallen door de kantonrechter blijkt te worden gehonoreerd. De meest kansrijke grond blijkt verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding te zijn (50%). Ook lijkt het er op dat rechters zich niet altijd (volledig) houden aan de strikte ontbindingsgronden waaraan zij volgens de WWZ ontbindingsverzoeken dienen te toetsen,  indien zij (om hun moverende redenen..) van mening zijn dat de aan hen  voorgelegde ontslagzaak tot ontbinding met toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer moet leiden. Berekening van de hoogte daarvan blijft nog steeds giswerk. Het valt te hopen dat de Hoge Raad daar snel een uitspraak over doet.

© 2019 van de wint