Faillissement

Buitengerechtelijk dwangakkoord

By april 11, 2017 No Comments

De teloorgang van V&D ligt al weer geruime tijd achter ons maar procedures tot aan de Hoge Raad kunnen zo’n zaak jaren later weer actueel maken. Recent sprak ons hoogste rechtscollege zich weer eens uit (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:485) over het in de incassopraktijk vaker voorkomende fenomeen van de betalingsregeling met schuldeisers die alle een deel van hun vordering  laten vallen in de hoop het restant te kunnen incasseren door het voorkomen van faillissement van de schuldenaar. Kan een schuldeiser worden gedwongen om zich daarbij aan te sluiten ? Ja, bevestigt de Hoge Raad, maar slechts onder zeer bijzondere omstandigheden (art. 3:13 BW) waarover reeds eerder door het Hof was geoordeeld en welke er onder andere uit bestonden dat de onwillige schuldeiser (i.c. Mondia) met haar incasso van het volle pond in belangrijke mate was bevoordeeld doordat (toen nog) een faillissement van V&D kon worden afgewend door de optelsom van “van de omvangrijke kapitaalinjectie van eigenaar Sun Capital, de sterke uitbreiding van het krediet door de banken, het verleende uitstel van betaling door de Belastingdienst én de huurkorting van de gezamenlijke verhuurders”. Het Hof achtte het gerechtvaardigd dat voornoemde betrokkenen een gezamenlijk offer brachten nu anderen,  waaronder de kwetsbare groep van werknemers daartoe niet “wezenlijk” in staat waren en zonder dat offer van alle verhuurders deze verhuurders een bijzonder groot nadeel zouden lopen bij faillissement. Mondia moest toen dus terugbetalen. Dat het desondanks toch op een faillissement is uitgedraaid viel overigens ook destijds wel te verwachten. Ik kom nog eens terug op de interessante vraag onder welke omstandigheden zo’n onredelijk volhardende schuldeiser voor de schade bij faillissement aansprakelijk zou kunnen zijn.

© 2019 van de wint