Bestuurdersaansprakelijkheid

Vernietiging faillissement na verzet door de curator

By februari 11, 2016 No Comments

Curatoren willen ook graag wat verdienen en zitten er niet op te wachten om te worden benoemd in een faillissement waarin voor hem of haar (te) weinig uitzicht op een salaris is.

Het bestuur van een vennootschap heeft het recht om aangifte te doen van het (eigen) faillissement van een vennootschap. Maar,  zo werd bevestigd door de Rechtbank Overijssel op 10 februari 2016 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:441 nadat prejudiciële vragen door Hoge  Raad waren beantwoord (18 december 2015 ECLI:NL:HR:2015:3636):   indien er geen baten zijn te verwachten  zoals in deze zaak het geval, dan heeft het voor de  schuldeisers geen enkele zin om het faillissement te laten voortduren. Er kan dan sprake zijn van misbruik van dat recht tot aangifte van het eigen faillissement en  onder omstandigheden kan dat tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder leiden. De curator zou op deze manier worden belast met afwikkeling van de rechtspersoon waarvoor hij geen enkele vergoeding tegemoet kan zien terwijl de voormalige bestuurder verder achterover kan leunen.

In zo’n situatie dient de bestuurder dan ook zelf aan het werk te gaan en het bestuur had ook de weg van artikel 2:19 BW moeten bewandelen. Dat houdt een geheel andere procedure in tot ontbinding en afwikkeling van de rechtspersoon en daarmee is geen kostbare tijd van de curator gemoeid.

In de eerder genoemde zaak werd het faillissement dan ook vernietigd door het verzet daartegen zes dagen later door de in casu benoemde curator maar de rechtbank ging niet zover dat die bestuurder persoonlijk voor de faillissementskosten en het salaris van de curator aansprakelijk werd geacht.  En daar was het de curator uiteindelijk om te doen. Wordt ongetwijfeld nog eens vervolgd door een andere curator..

© 2019 van de wint